Gedreven door een profetische droom die haar uit haar slaap houdt, begint voor Gift een lange tocht richting Europa. Met haar opvallende kunstwimpers, lange glitternagels en een onuitputtelijke drang om op eigen benen te staan en eigen keuzes te maken, doorkruist ze West- en Noord-Afrika. Van Agadez in Niger tot Algarije en Tunesië trotseert ze de gevaren van de oversteek, gesterkt door het besef dat je maar één keer kunt sterven.
Sinistere hoofdstuktitels als 'Sarcophagus' en 'Resurrection' refereren aan de vele, vergeten verhalen van voorgangers op haar pad. We zien Gift tijdens doelloze uren in het halfduister weemoedige gesprekken voeren met familie, slechts belicht door het scherm van haar telefoon. Op de achtergrond steeds de dreiging van overheidsrepressie en fysieke gevaren.
Het levert een indringend portret op van een vrouw die vastberaden haar eigen plan trekt, waarbij de poëtische, sprookjesachtige vertelvorm welbewust contrasteert met de ongewisse reis die een vluchteling aflegt.












