Op de vlakten van Marokko worden opgroeiende jongens ingewijd in Tbourida, een eeuwenoude ruiterkunst waarbij teams volgens vaste patronen en rituelen als gesloten front naar voren galopperen en met buskruit in de lucht schieten. Beginnend bij twee broers die al van jongs af aan een volwaardige ruiter willen worden, ontvouwt Bardi zich tot een portret van meerdere personages. In de loop van enkele jaren volgt de film de zorg en broederschap achter dit spektakel.
Kracht en precisie gaan hand in hand met tederheid, humor en kwetsbaarheid. Lichamen, paarden, stof en zang vormen samen een performance waarin alledaagse identiteiten worden afgeschud: de boer wordt generaal, de jongeman een prins, de arbeider een held. Spel en fantasie komen ook naar voren in de manier waarop de filmmaker zich tot ruiters verhoudt, geïnspireerd door hoe zij zichzelf zien en presenteren. In dit tweede deel van haar trilogie – na haar eerdere House in the Fields over de coming of age van Amazigh-meisjes – bouwt Hadid een epos uit doorsnee levens. Daarin lijken de paarden met hun blikken en stampende hoeven een eigen verhaal te vertellen.
Stills





















