Zeven dagen per week werkten Paul en Dan illegaal als schoonmakers in Nederland. Na tien jaar keert het stel terug naar de Filipijnen om daar verder te bouwen aan hun toekomst. De triomfantelijke terugkeer – als rijk man – maakt na een poosje plaats voor de kater van de dagelijkse realiteit.
Dan pakt na tien jaar afwezigheid zijn werk als verpleegkundige weer op, hij draait diensten van twaalf uur voor een laag loon. Paul heeft moeite zijn bouwbedrijf van de grond te krijgen, hun spaargeld raakt op. Ze staan voor een moeilijk keuze. Het beroep van Dan geeft ze de kans op een legale terugkeer naar Nederland, maar ook die weg is lang en bezaaid met bureaucratische en mentale hordes. Is hun liefde sterk genoeg om alles te doorstaan?
De weg die de emotionele Paul en de zwijgzame Dan afleggen naar hun grote wens, gewoon ‘een eenvoudig leven’, raakt aan thema’s als migratie, lhbtiq-acceptatie, armoede, onzichtbare arbeidskrachten en ouderenzorg. Maar bovenal is het, zoals ze zelf benadrukken, een liefdesgeschiedenis.




















