Twee levens komen samen via de blik en de stem van de filmmaker: dat van haar vader, de kunstenaar Peter Dumas, en van haar dochter Ivy. Atelieropnames in Nederland worden afgewisseld met beelden uit Frankrijk, van de gevels van winkels en café’s die vader schildert en waarover hij bericht in zijn dagboeknotities.
Beide personen worden in lange, aandachtige shots geobserveerd, het gezicht van de dochter als ze een verhaal krijgt voorgelezen, de ogen van de vader, gefascineerd door iets wat hij buiten ziet, of leeg en afwezig, als hij ouder wordt en ziek is. Een van de atelierbeelden blijkt een miniatuur: de dochter maakt een poppenhuis waarvan één kamer het atelier van haar grootvader nabootst. De generaties worden verbonden in het maken.
Details van interieurs, opnames van bomen, zonnebloemen en katten in het dorp, scheppen een atmosferisch verhaal waarin het kijken centraal staat, meer dan een specifiek plot. De film werkt als een ode aan de wereld zoals die kan worden gezien, maar is ook melancholisch in het vastleggen van het verlies aan bewustzijn en van de grip op het leven met het klimmen der jaren.
Stills



























