Hannah Arendts uitspraak over de banaliteit van het kwaad doemt onvermijdelijk op bij het zien van ICE-agenten in een immigratierechtbank in New York. Daar beslist een rechter over het verzoek van migranten om een legale status te krijgen. Maar ongeacht het vonnis worden migranten soms al direct buiten de rechtbank door ICE-agenten gearresteerd om gedeporteerd te worden. Het maakt van rechtbanken deportatievallen.
In schril contrast met de wanhoop van de migranten staat het gedrag van de ICE-agenten, van wie sommigen gemaskerd zijn. Wachtend in de rechtbank kletsen zij gezellig over Black Friday-aanbiedingen en het nieuwste model stroomstootwapen. De enige bescherming van migranten die geen advocaat hebben, komt van mensenrechtenactivisten.
Een ICE-supervisor verraadt haar racisme en dedain voor deze activisten als ze één van hen toebijt dat die wel anders praat als hun moeder “verkracht wordt door een criminele, illegale vreemdeling”. Ze suggereert hiermee dat ICE vooral criminele illegale migranten oppakt, maar de praktijk is anders. Een tekst aan het eind van de observerende film stelt dat vijf procent van de 230.000 uitgezette illegale migranten vorig jaar een criminele veroordeling had.
Stills




















