Een verblindende zon, dorre bladeren, lege waterleidingen: in het dromerige Árido (1993) wordt geen woord gezegd, maar de beeldtaal spreekt boekdelen. De bewoners van Mexico-Stad snakken naar regen. De vraag is of die verlossing voor iedereen op tijd zal komen.
Tussen de snikhete betonblokken van een flatgebouw zien we kinderen spelen met een lege badkuip en volwassenen afwachtend naar de hemel kijken. De enige persoon die zich daadwerkelijk zorgen lijkt te maken, is een meisje dat het laatste beetje water in een glas bij zich draagt. Er zwemt nog een goudvis in, maar het water verdampt snel.
Het bevlogen oeuvre van regisseur Tatiana Huezo begon met deze korte film, die ze als twintiger maakte aan de filmschool in Mexico-Stad. Huezo’s symboliek en dreigende soundscape laten geen twijfel bestaan over hoe bezorgd en kritisch haar blik op de mens en het klimaat is. Ruim dertig jaar later is haar boodschap minstens zo relevant.
Stills















