Een robot graast het oppervlak van een verre planeet af, zoekend naar mineralen en tekenen van leven. Lichtjaren verderop, in een Andalusisch mijndorpje, wordt sinds mensenheugenis de bodem onderzocht en afgegraven op zoek naar waardevolle grondstoffen. Met grote consequenties voor de mens en andere organismen.
Deze filosofische sciencefiction-documentaire verweeft beelden van Mars met prachtige weidse opnames van een buitenaards ogend, door de mens afgegraven landschap in Andalusië en muisstille beelden van bodemonderzoek in pikzwarte grotten. Landschappen waar met het blote oog nauwelijks leven te zien is, worden afgewisseld door extreem ingezoomde beelden van intrigerende, minuscule en voor de leek onherleidbare levensvormen.
Indirecte duiding komt van gesprekken tussen astrobiologen over hun opmerkelijke evolutietheorieën, het verhaal van een toeristische gids en de zorgen van de inwoners van een Spaans dorp dat inmiddels onder bergen mineraal afval dreigt te verdwijnen. Een van de jonge dorpelingen, die hoopt op een toekomst buiten de mijnindustrie, zingt melancholische, hypnotiserende flamencoliederen.
Stills






















