Na de terugkeer van de democratie bleef het in Spanje taboe om over de meer dan honderdduizend vermiste slachtoffers van het Franco-regime te praten. Tot 1994, toen op La Palma voor het eerst een massagraf werd geopend. In Man of Seed toont María Abenia hoe de bewoners van het Canarische Eiland de herinnering aan de vermisten levend proberen te houden. Door opgravingen te blijven doen, maar ook via muziek, poëzie en het doorvertellen van verhalen aan volgende generaties.
Slechts enkele eilandbewoners hebben nog een directe herinnering aan de terreur. Gevreesd wordt dat met het verdwijnen van ooggetuigen het gevaar van dictatuur minder snel wordt herkend. Na de beëindiging van de burgeroorlog in 1939 gingen de vervolgingen door. Veel verdwijningen vonden niet eens in een politieke context plaats, maar werden gemotiveerd door jaloezie en hebzucht.
In haar film toont Abenia de dennenbomen die gegroeid zijn op de stoffelijke resten van de slachtoffers. Over de heuvels laat ze de namen van vijftig vermoorde mannen en jongens vloeien. Zo maakt ze het landschap tot stille getuige van de geschiedenis en voedingsbodem voor de herinnering.
Stills





















