Filmmaker Néstor Lopez kon nooit zo goed opschieten met zijn opa. Het was een onaardige man, moeilijk te peilen. Hij had graag zanger of acteur willen worden, maar bleef uiteindelijk negentig jaar lang in hetzelfde stille gehucht op het Spaanse platteland wonen. Naast zijn werk in de fabriek maakte hij gepassioneerd huisgemaakte ‘kunstvliegen’ om op forellen en zalm te vissen.
Na zijn overlijden bezoekt Lopez het huis van zijn opa. Trots boven de voordeur prijkt opa’s weinig flatteuze bijnaam ‘Canina’; Lopez is minder blij dat hij in het dorp nu óók zo wordt aangesproken. Van dichtbij documenteert Lopez opa’s levenswerk: de aan de koude, glazen tafel gefabriceerde kunstvliegen, elk dansend, vederlicht ‘mugje’ met een andere naam en eigenschap, zorgvuldig aan de muur geprikt.
Lopez vertelt op luchtige toon over zijn worsteling tussen haat en mededogen, bij een mengeling van nostalgische archiefbeelden en stille, prachtige opnames van uitgestorven straten, vervallen huizen en in de tijd gestolde kamers, begeleid door de melancholieke muziek van opa’s favoriete artiest.
Stills





















