“Een Gatorade om 11 uur 's ochtends – blijkbaar heeft iemand een kater”, zegt de boodschappenbezorger droogjes. Hij kent zijn klanten, maar zij hem niet. Dagelijks worden in de stad New York zo'n 2,4 miljoen pakketjes en 300.000 maaltijden thuisbezorgd. De vele bezorgers en magazijnmedewerkers blijven voor de meeste ontvangers een anonieme massa. Zwaar onderbetaald en zonder werknemersbescherming (ze zijn immers “onafhankelijke onderaannemers”) doen ze hun werk, in snikhete bestelbusjes, in magazijnen vol fijnstof of op de fiets door een sneeuwstorm.
Oscar-winnaar Barbara Kopple volgt drie fronten waarop vakbonden strijden om verandering te brengen in die mensonterende omstandigheden, in deze opvolger van haar gevierde eerdere films over werknemersrechten: Harlan County, USA (1976) en American Dream (1990). De werknemers nemen het in ‘vakbondsstad’ New York op tegen schijnbaar onverslaanbare megabedrijven als Amazon, UPS, DoorDash en Grubhub – en boeken zowaar ook successen. Kunnen menselijkheid en solidariteit weerwoord bieden tegen meedogenloze winstmarges?





























