De zestienjarige George woont bij zijn moeder in Athene. Sinds de scheiding van zijn ouders ziet hij zijn vader alleen in de weekenden. Vanwege een oogafwijking heeft hij moeite met aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten. Met dieren heeft hij daarentegen een sterke band: het liefst zwerft George door de natuur op zoek naar beestjes. Bij oma lopen de duiven door het huis en zelf houdt hij een tarantula. Als hij op een dag een knalgroene krekel vangt, noem hij haar Isabella en neemt hij haar overal mee naartoe, gewoon op zijn hand of schouder.
In dit liefdevolle portret van een verlegen buitenstaander zijn vriendschappen met mensen maar iets ingewikkelds. Dan zijn dieren veel betrouwbaarder. Toch wordt de wereld van George langzaam groter: hij ondergaat een oogoperatie, sluit vriendschappen met een paar meisjes en durft eindelijk zijn moeder te vertellen dat hij liever bij zijn vader wil wonen. Ondertussen moet hij afscheid nemen van zijn geliefde Isabella. Gelukkig laat ze een piepklein babykrekeltje achter.
Stills



























































