De executie van Ken Saro-Wiwa in 1995 leidde tot wereldwijde protesten van mensenrechtenorganisaties. De Nigeriaanse regering werd beschuldigd van moord op de dichter-activist. Oliemaatschappij Shell betaalde een miljoenenbedrag aan familieleden van Saro-Wiwa en acht andere geëxecuteerde Ogoni-leiders, maar bleef schuld aan de mensenrechtenschendingen ontkennen.
Ruim dertig jaar later is de situatie in de Nigerdelta nog steeds desastreus. Grond en water zijn zwaar verontreinigd door lekkende oliepijpen, waardoor landbouw en visserij zo goed als onmogelijk zijn. Maar de geest van Saro-Wiwa leeft voort en biedt hoop.
Een van zijn medestanders, Nnimmo Bassey, blijft spreken op vreedzame protesten. Belangrijker nog dan dat zijn de workshops waarin hij jonge dichters leert hun pijn, woede en frustratie in woorden te gieten, zodat ze kunnen worden gedeeld. Vooral de zwangere Barinedum met haar uiterst persoonlijke, maar scherpe verzen, en Bassey’s rappende zoon Ukpono vallen op. Zij trekken de regio in, gewapend met papier en pen, en leren dorpelingen zichzelf te uiten. Intussen vraagt de oude activist zich af: is het genoeg?
Stills































































