In de vroege twintigste eeuw wordt een Javaans meisje naar buureiland Sumatra gelokt met valse beloftes van een beter leven op een Nederlandse koloniale rubberplantage. Al snel ziet ze in dat ze is beland in de terreur van "witte pakken". Oerbossen worden gekapt om ruimte te maken voor monotone rijen rubberbomen en Nederlandse kolonisten behandelen de arbeidsmigranten als slaven. De seksuele uitbuiting van vrouwelijke arbeiders was een publiek geheim, verstopt achter eufemismen en uitgekiende propaganda.
Beginnend bij haar eigen overgrootmoeder Helena, over wie in haar familie niet werd gesproken, en bij een vrouwelijk personage dat werd verwijderd uit de Nederlandse speelfilm Rubber (1936), legt Sabine Groenewegen de verhalen bloot van vele vrouwen van wie het bestaan uit de geschiedenisboeken werd gehouden. Haar meditatieve forensisch onderzoek laveert tussen geesten en ingesleten verhalen, archiefbeelden en nieuwe opnamen, historische bronnen en in fictie verstopte realiteit. Door een feministische en antikoloniale lens weerlegt ze wat werd uitgesproken en vastgelegd met dat wat systematisch werd verborgen.
Stills































































